Opgeblazen Eerste Kamer

25 februari 2011, column J.Th.J. van den Berg

De bereidheid op te komen voor de verkiezingen van de Provinciale Staten is niet erg groot en die neigt naar verdere daling, al is er het laatste decennium sprake van enige stabilisatie. Nationale politici die door de media worden achtervolgd met het onjuiste idee dat het hier om een nationale politieke opiniepeiling gaat, hebben dan ook de sterke behoefte ontwikkeld de verkiezingen in de provincies te ‘nationaliseren’ door op nationale issues gerichte campagnes te voeren. Als het dan toch om een nationale peiling gaat, is het immers belangrijk dat zoveel mogelijk mensen aan de stemming deelnemen.

Het paradoxale van de situatie is, dat die nationalisatie van de campagne nog redelijk succesvol was in de jaren zeventig, maar dat ze sindsdien steeds minder effectief is gebleken.

Het is nog sterker. Sinds het begin van deze eeuw is de verkiezing van de Eerste Kamer door de Provinciale Staten het alibi bij uitstek geworden voor de nationalisatie van de campagnes. Immers, de uitslag van de Statenverkiezingen is bepalend voor de samenstelling van die Kamer. Daarbij komt dat sinds 2003 verkiezingen voor Provinciale Staten nogal spannend zijn geworden, omdat de meerderheid in de Eerste Kamer telkens van die in de Tweede Kamer dreigt af te wijken. Geen pretje natuurlijk voor de zittende coalitie. Helpen heeft het allemaal niet gedaan: de opkomst is gezakt tot minder dan 50%. De kiezers raakten er blijkbaar niet erg van onder de indruk.

Waarschijnlijk ergert hen die nationalisatie. Zeker wie niet in de Randstad woont, waar de provinciale besturen niet erg tot de verbeelding spreken, maar in een der buitenprovincies, voelt zich voortdurend op het verkeerde been gezet. In Friesland, Zeeland, Drente en Limburg is het provinciale bestuur voor de burgers van belang en willen zij dus ook horen over wat daar gaande is.

Terwijl het in het westen burgers nauwelijks weet hebben van wie er gedeputeerde is, is die bekendheid in Limburg of Friesland heel gewoon. Dan stoort het buitengewoon als de nationale omroepen niets beters weten te doen dan debatten organiseren met nationale onderwerpen en nationale politici. Dat terwijl geen van de deelnemers eraan ook maar ergens kan worden gekozen. Als dat nauwelijks een jaar na Kamerverkiezingen gebeurt, slaat bij de kiezer helemaal de verveling toe. Dan kan men beter van discussies op de regionale tv- en radiozenders kennis nemen, waar de onderwerpen relevant en de journalisten niet zo arrogant zijn.

De nationalisatie van de Statenverkiezingen met de Eerste Kamer als alibi heeft tot nieuwe dwaasheden geleid. Er worden nu al ‘lijsttrekkers’ aangewezen, terwijl de kiezer geen enkele naam van zo’n lijsttrekker op zijn stembiljet tegenkomt. Hij mag de Eerste Kamer niet eens zelf kiezen. Dat doen de leden van Provinciale Staten, die strikte opdracht hebben op de nummer één van hun lijst te stemmen. Die hebben echt geen lijsttrekker nodig voor hun keuze, straks in mei.

De eersten op de lijsten voor de Eerste Kamer een ‘lijsttrekkersdebat’ te laten houden is zo ongeveer het dieptepunt van gekkigheid in een campagne die toekomstige leden van de Eerste Kamer en en passant de Eerste Kamer zelf opblaast tot een spektakel dat daar niet thuis hoort en waar gezag en status van die Kamer alleen maar onder kunnen lijden.

Dat gebeurt al: de aantallen moties per jaar nemen er hand over hand toe, terwijl die daar nog minder hebben te betekenen dan in de Tweede Kamer. Ook de neiging tegen begrotingen of belastingvoorstellen te stemmen stijgt, terwijl ook dat alleen show is en weinig betekenis heeft. Daar is overigens een aantal jaren geleden de VVD in de Eerste Kamer, onder aanvoering van de huidige minister Rosenthal mee begonnen.

Men kan voor de man slechts hopen, dat de Statenverkiezingen niet leiden tot een voor de coalitie ongunstige meerderheid in de Eerste Kamer. Anders zou diezelfde Rosenthal nog wel eens de dag kunnen vervloeken waarop hij is begonnen met zijn jaarlijks afgegeven tegenstem tegen het belastingplan. Want waarom zou alleen de VVD dat mogen?

Zeker, de Eerste Kamer is een politieke instelling. Dat is echter niet hetzelfde als een ‘gepolitiseerde’ instelling. Die politisering dreigt nu.

Delen

Recente columns

  • Beklagenswaardige verkiezingen

    24-02-2019, B.H. (Bert) van den Braak

    Statenleden en gedeputeerden zijn beklagenswaardig, maar dat geldt dan ook voor de kiezers.

  • Dorknoper in Europa

    15-02-2019, J.Th.J. (Joop) van den Berg

    Hoe actief Nederlanders ook zijn op het Europese front, het is de vraag of zij het beeld van Nederland in de Unie bepalen.

  • Con- of destructief?

    08-02-2019, B.H. (Bert) van den Braak

    Hopelijk is het een conventie dat de oppositie zich altijd constructief opstelt.

  • Verdwenen verantwoordelijkheid

    01-02-2019, J.Th.J. (Joop) van den Berg

    De zichzelf klein makende overheid heeft de organisatie van de democratische verantwoording zoek gemaakt.

  • Smalle, maar betekenisvolle marges

    25-01-2019, B.H. (Bert) van den Braak

    Technocratisering betekent niet dat er geen politieke keuzes moeten worden gemaakt.

  • Verdwenen partijdemocratie

    18-01-2019, J.Th.J. (Joop) van den Berg

    Het populisme kan worden beschouwd als het onechte kind van de technocratie in het openbaar bestuur.

  • Elite, inderdaad

    11-01-2019, B.H. (Bert) van den Braak

    Slechts weinigen 'regeren' en vertegenwoordigen ons. Daar kun je het etiket 'elite' op plakken.

  • Verdwenen representatie

    04-01-2019, J.Th.J. (Joop) van den Berg

    Er bestaat in Nederland, vooral op het gemeentelijk erf, een neiging de vertegenwoordigende democratie als achterhaald te beschouwen. Ten onrechte…

  • Demonstreren toen en nu

    28-12-2018, B.H. (Bert) van den Braak

    In een geïndividualiseerde samenleving is gezamenlijk protesteren niet vanzelfsprekend.

  • Merry Christmas, Europe!

    21-12-2018, J.Th.J. (Joop) van den Berg

    De Europese kerstboom lijkt eerder volgehangen met gele hesjes dan met inspirerende lichtjes.

Print deze pagina