Regio-afgevaardigden

9 februari 2018, column Bert van den Braak

De Groningse gaswinningsproblemen komen al enige tijd regelmatig terug op de agenda van de Tweede Kamer. Enkele woordvoerders bij dit 'gasdossier' (PvdA'er Henk Nijboer en SP-lid Sandra Beckerman ) hebben een directe band met de provincie, maar voor het merendeel van de woordvoerders is dat niet zo. Wel zijn er sinds de verkiezingen relatief veel Groningse Tweede Kamerleden (namelijk ook bij VVD, CDA, D66, GroenLinks en ChristenUnie). Daarmee komt de vraag op of aan regionale vertegenwoordiging een bijzondere betekenis kan worden toegekend.

Feit is dat iedere 'regio' altijd wel een 'eigen' vertegenwoordiger heeft, al kwam en komt Zeeland er soms wat bekaaid af (nu twee leden). Er waren echter tijden dat ook die provincie beter bedeeld was. Toen speelden bijvoorbeeld kwesties als de veergelden, de visserij (in relatie tot de Deltawerken) en de veiligheid. Maar toen in de jaren zeventig de mogelijke afsluiting van de Oosterschelde ter discussie stond, was de PvdA'er Peter Roels de enige Zeeuw onder de woordvoerders.

In de naoorlogse jaren - en zeker vanaf de jaren zestig - speelden regio's een prominente rol in het economische beleid. Stimulering van economische activiteit in de perifere gebieden was lange tijd een speerpunt van opeenvolgende kabinetten. Het kabinet-Marijnen kwam in 1964 al met een nota over industriespreiding. Het kabinet-De Jong bracht een nota uit over de economische ontwikkeling van het Noorden des Lands, diverse kabinetten bevorderden voorts de spreiding van rijksdiensten en er kwam een Perspectievennota Zuid-Limburg. De tegenwoordige klacht dat Groningen wel alle lasten van de gaswinning kreeg maar nooit de lusten, is in dat licht niet geheel in overeenstemming met de werkelijkheid.

Partijen hechtten mede vanwege specifieke regionale onderwerpen van ouds aan enige regionale spreiding. In de periode 1971-1994 kende de PvdA zelfs een stelsel van lijsten met regionale kandidaten. Zo werd verzekerd dat er altijd twee of drie Groningers, Friezen, Limburgers etc. in de fractie zaten. Het kwam soms wel voor dat een 'westerling' op een lijst buiten de Randstad werd geplaatst. Jan Pronk werd in 1986 bijvoorbeeld via de Limburgse lijst gekozen. Die afgevaardigde werd dan wel geacht specifiek op de belangen van dat 'gewest' te letten. Eerder had de KVP altijd al regionale lijsten, waaronder één voor Limburg. En VVD en later CDA stelden weliswaar één lijst op, maar in de kieskringen kwamen zij met lijsten waarop regionale kandidaten een prominentere plaats hadden. Voor CHU en ARP gold dat zij altijd plaats inruimden voor een Groninger, Fries en Zeeuw. Het verzekerde hun kiezers van 'eigen' afgevaardigden. Een sterke regionale betekenis had ook de kandidatuur van de Groninger Fré Meis , die in zijn provincie een vooraanstaande CPN'er was.

Kiezers willen graag herkenbare afgevaardigden. Mogelijk verwachten zij ook dat die Kamerleden regionale kwesties kunnen aankaarten en ook daadwerkelijk in het bijzonder opkomen voor 'hun' provincie. Dat gevoel leeft wel veel sterker aan de randen van het land dan in de westelijke provincies. Het wordt nog klemmender als er achterstelling wordt vermoed. Toch is het de vraag of de betekenis van regio-afgevaardigden allereerst ligt bij directe belangenbehartiging. In de jaren vijftig en zestig was het prettig dat Zeeuwse Kamerleden van verschillende partijen gezamenlijk konden pleiten voor verlaging van de tarieven van de veren over de Westerschelde. Het staat niet vast dat die aandacht er ook niet zou zijn gekomen als er geen Zeeuwen in de Kamer hadden gezeten.

Nu er alleen nog middelgrote partijen zijn, is spreiding van afgevaardigden over het land veel lastiger dan voorheen. Regionale spreiding is één van de aspecten waarmee bij de kandidaatstelling rekening moet worden gehouden. Andere zijn: man/vrouw, jong/oud, ervaren/onbevangen, stad/platteland, autochtoon/nieuwkomer en daarnaast is specifieke dossierkennis gewenst. Dat regionale vertegenwoordiging er dan soms wat bij inschiet, is verklaarbaar. Vraag is of een betrekkelijk geringe vertegenwoordiging van bijvoorbeeld Friesland (2 VVD'ers en 1 bij GroenLinks en CDA) echt diep wordt gevoeld. Dat zal pas echt het geval zijn als er heel specifieke Friese kwesties spelen. Maar ook die kunnen natuurlijk best door niet-Friezen worden geagendeerd.

Betekent dat dan dat ik regionale vertegenwoordiging niet belangrijk vind? Dat is weer te kort door de bocht. Het is goed als er zo veel mogelijk 'herkenbare' Kamerleden zijn en dat alle delen van het land zich vertegenwoordigd voelen. De betekenis van regionaal gebonden afgevaardigden is vooral psychologisch. Ondervertegenwoordiging van regio's kan toch als probleem worden ervaren. In dat opzicht mogen partijen - en alleen zij kunnen daar iets aan doen - dat aspect niet te veel veronachtzamen.

Deel deze pagina via

Stuur door via mail

Recente columns

  • De onvermijdelijk geworden partijwet

    17-08-2018, J.Th.J. (Joop) van den Berg

    Een wet op de politieke partij is in Nederland lang tegengehouden, maar of dat nu nog kan..?

  • Regionale representativiteit

    10-08-2018, B.H. (Bert) van den Braak

    Alleen partijen kunnen voor goede regionale spreiding van Kamerleden zorgen.

  • Meer doordachte decentralisatie

    03-08-2018, J.Th.J. (Joop) van den Berg

    In de 'Tussenstand’ van de Staatscommissie parlementair stelsel sluipt de term ‘stelselverantwoordelijkheid’ binnen. Waar gaat het dan over?

  • Bestaand of nieuw terugzendrecht?

    27-07-2018, B.H. (Bert) van den Braak

    Om tot kwalitatief goede wetgeving te komen, staan vele wegen open.

  • Toch weer naar constitutionele toetsing

    20-07-2018, J.Th.J. (Joop) van den Berg

    Ook na de mislukking van de initiatief-Halsema geeft de Staatscommissie parlementair stelsel de gedachte aan constitutionele toetsing niet op.

  • Activistisch of actief?

    13-07-2018, B.H. (Bert) van den Braak

    Het is de vraag op welke Kamer de aanduiding 'activistisch' het meest van toepassing is.

  • Vastgehouden aan het referendum

    06-07-2018, J.Th.J. (Joop) van den Berg

    Met recht houdt de commissie-Remkes vast aan het beslissende referendum.

  • Zal het helpen?

    29-06-2018, B.H. (Bert) van den Braak

    De Staatscommissie zoekt oude wegen om een nieuw probleem op te lossen.

  • Coalities voor de elite

    22-06-2018, J.Th.J. (Joop) van den Berg

    Juist in de twee grootste steden van Nederland zijn weinig representatieve bestuurscolleges gevormd.

  • Einde aan de fictie

    15-06-2018, B.H. (Bert) van den Braak

    Het wordt tijd de onbevredigende procedure voor grondwetsherziening te vervangen.

Print deze pagina